Papa, 9 maanden later

with 1 reactie

Lieve pap,

Ok, het is vandaag niet precies 9 maanden geleden. Het is 9 maanden en 9 dagen geleden. Maar er zat dan ook iets heel belangrijks tussen. Iets wat dit misschien wel het meest speciale stukje maakt dat ik na jouw dood schreef. We hebben je afgelopen week namelijk ‘voorgoed’ naar de plek gebracht waar je zo gek op was.

Als je op deze plek was, straalde je nog meer dan anders. Bij ‘jouw’ huis aan de rivier de Lot in Frankrijk. Sinds een bevriend stel daar ruim 15 jaar geleden ging wonen en op hetzelfde erf een vakantiehuis ging verhuren, kwam jij hier. Soms wel drie keer per jaar. Je bent zelfs een keer alleen gegaan toen het mama niet zo goed uitkwam. Toen je ons er voor de eerste keer mee naar toe nam, begreep ik je enthousiasme meteen: het is een magische plek. Eentje die je moet zien om het te begrijpen. Precies in de bocht van een prachtige rivier, waar je vanaf de kant oneindig ver kan kijken en waar het groen van de bomen net even wat groener lijkt en het avondrood roder. Waar je niks anders hoort dan vogels, krekels en af en toe een bootje.
Hoewel het erf zo groot is dat je er een marathon kunt organiseren, zat jij het liefst op de steiger, direct aan de rivier. Je stalde er je visgereedschap (dat zich in de loop der jaren steeds verder uitbreidde) uit en zat daar dan de hele dag te vissen. Je kwam alleen naar ‘boven’ om samen met ons te lunchen en een aansluitend dutje te doen. Ik verbaasde me er altijd over dat je het geduld had om daar te blijven zitten. Maar inmiddels kan ik er wel inkomen: dat uitzicht verveelt nooit.

Al voordat je overleed, hadden we het er met je over gehad: er is toch eigenlijk geen mooiere plek om je as uit te strooien dan daar. Natuurlijk was je ook gehecht aan je huis hier, maar voor hetzelfde geld zou mama dat snel willen verkopen. We konden je natuurlijk ook in huis laten staan maar dat zou nooit zo symbolisch zijn als wanneer we je naar de rivier konden brengen. Je was het er direct mee eens. “Als die vissen niet in mijn aas bijten, dan moeten ze mij maar opeten”, zei je ooit. Humor op het randje, dat had je.

Vorige week week was het dus zover. Hup, daar ging je, in de kofferbak. 1100 kilometer lang. Tussen de koffers en tassen gepropt. Ja, sorry pap, we moesten nou eenmaal een beetje praktisch met die urn omgaan.
Bij aankomst gaf de aanblik van de rivier en de steiger me de bekende stomp in m’n maag. Al vrij snel daarna dacht ik: er is echt geen mooiere plek om jou achter te laten dan hier. Ik zag voor me hoe je op die tuinstoel aan het water zat en een goedkeurend knikje gaf.
We moesten nog wel een paar dagen wachten. Mama en ik waren er woensdag al, Lieke, Jordy, de kids en je broer en schoonzus zouden in het weekend aansluiten. Het leek die eerste paar dagen net of we gewoon vakantie aan het vieren waren; we lagen aan het zwembad en barbecueden samen. Maar we waren ondertussen allemaal bezig met het moment dat komen ging. Maandag werd het, het begin van de avond.

Rond half 6 waren we allemaal gedoucht en aangekleed. Net als op je crematie had ik toch het idee dat ik er een beetje netjes uit moest zien. We stapten op de boot om eerst een stukje te varen. Mandje met chips en wijn mee, muziek erbij en gewoon even op het water zijn. We proostten op je en toen hield niemand het meer droog. Volgens mij hadden we allemaal dezelfde gedachte; je had hier verdomme toch gewoon in levende lijve bij moeten zijn. Niet in een urn. Iedereen staarde voor zich uit, over de rivier waar jij zo gek op was. En we namen de plek in ons op waar je, sinds je deze had ontdekt, geen genoeg van kon krijgen.
Na een half uurtje keerden we om en zagen we de steiger in zicht komen. Nu was het moment echt daar. Je kleindochters, stuk van verdriet, lieten twee zakjes met jouw as in het water zakken. Mocht je willen weten wat voor zakjes het waren: koffiefilters. Wederom: we moesten praktisch denken. Mama, Lieke en ik strooiden je daarna een beetje over het water. Eenmaal weer aangelegd aan de steiger, hebben we daar nog wat aan de kant gestrooid. Het laatste beetje (nou ja, niet helemaal, thuis hebben we nog wat van je bewaard) ging onder de boom waar jij altijd je middagdutje deed.

Na afloop had ik prikkende ogen en een bonkende koppijn van alle tranen die ik had gelaten, maar ik was ook enorm opgelucht: wat was het mooi. Het was ongedwongen, precies in jouw stijl. Jou kennende had je over de wijn uit plastic bekertjes vast een grap gemaakt, maar het klopte gewoon helemaal zo.

Nooit heb ik zo hartgrondig gehoopt dat je met ons mee kon kijken. Zodat je kon zien dat we er een speciaal moment van maakten en je een afscheidsceremonie kreeg die je verdient. En dat we je allemaal nog vreselijk missen. De plek is nu nog magischer geworden dan hij al was. Het wordt nooit meer zo mooi als toen je er nog bij was, maar ik hoop nog vaak over die rivier te kunnen kijken. En dan wens ik dat je naast me zit.

Liefs.

One Response

  1. Hester Krouwel
    | Beantwoorden

    Lieve allemaal. Wat mooi verwoord.. de plek die voor hem en voor jullie zo bijzonder is. Waar mooie en verdrietige herinneringen liggen. De plek waar mooie mensen wonen. De plek die ook mij zo dierbaar is. En ook ik zal altijd aan jullie hans denken als ik op dat mooie plekje ben. Een mooi mens…
    Sterkte voor jullie allemaal. Heel veel liefs Hester
    ( hester krouwel nichtje van alida en bert.)

Leave a Reply