Als ‘alles komt goed’ niet meer genoeg is

with Geen reacties

Dit verhaal is gebaseerd op een artikel uit de Huffington Post.

‘Alles komt goed’, het was altijd mijn levensmotto. Ik geloofde er tot nu toe ook echt in. Dat altijd alles wel goed zou komen. Een van mijn favoriete quotes is nog altijd: ‘Everything will be ok in the end. If it’s not ok, it’s not the end.” Ik zei het tegen m’n zus als ze liefdesverdriet had, tegen een vriendin die maar geen baan kon vinden, tegen m’n kleine nichtje als ze zich niet lekker voelde.

Ik zei het ook tegen mezelf; als ik door een moeilijke periode ging, een relatie uitging of ik een afwijzing kreeg voor een baan. Maar toen m’n vader doodging, werkte het niet meer. De magie van de woorden was weg.

‘Alles komt goed’ probeerde ik als ik weer eens huilend op bed lag. ‘Alles komt goed’ zei ik toen het horen van de kerstliedjes tijdens de eerste kerst na zijn overlijden me in elkaar deed zakken. ‘Alles komt goed’, als ik denk aan mijn eventuele kind die zijn opa nooit zal kennen. Maar het zijn holle frasen. Er is namelijk geen ‘goed’ bij rouw.

Er is het verlies en dat enorme gat in je leven. Een gat dat niet meer opgevuld gaat worden. Tijd heelt misschien wonden, maar het vult geen gaten en het brengt al helemaal niemand terug. Ik kan alleen maar hopen dat de ruwe randen verdwijnen en ik niet voor altijd opengereten en gewond rond zal lopen. Rouw is beangstigend. Omdat het zo definitief is. Het ‘nooit meer’ is een eng idee. Dus ‘alles komt goed’? Nee, dat denk ik nu even niet meer.

Het is misschien ook wel daarom dat mensen het moeilijk vinden om de juiste woorden te vinden voor iemand die rouwt. Dat vond ik zelf ook altijd lastig. Want wat zeg je tegen iemand als er eigenlijk maar één simpele waarheid is, namelijk dat het leven keihard is, verlies onvermijdelijk en de pijn daarvan gewoon fucking zeer doet, zo goed als voor altijd? ‘Alles komt goed’ werkt dan niet meer.

Relativeren kon ik ook altijd als de beste. ‘Er zijn nog zoveel ergere dingen’, verzekerde ik mezelf. Dat probeerde ik nu ook: ‘Er zijn ook mensen die hun kind verliezen. Een kind dat niet eens een leven mocht hebben. Er zijn mensen die hun vader niet kennen. Ik heb in elk geval nog 30 jaar met hem mogen doorbrengen.’ Dat helpt misschien voor tien seconden, maar daarna komt die steek in mijn buik twee keer zo hard terug. Want het feit is nou eenmaal dat ik iemand moet missen die me enorm dierbaar is. En dat dit voelt alsof ik een deel van mezelf kwijt ben.

Een columnist schreef laatst dat je tegen iemand die rouwt (of uberhaupt verdriet heeft) misschien gewoon moet zeggen: ‘ik ben er voor je’. ‘Ik ben hier’. Weet je nog hoe je dat vroeger als kind gerust stelde als je vader of moeder dat zei als je verdrietig was? Of pijn had of ziek was? Zij zei het ongeveer zo en ik sluit me er graag bij aan: “Er is die ruimte in ons allemaal; in onze harten, onze gebeden, op onze banken, onze schouders, in onze oren. Er is ruimte in onze armen om datgene samen te dragen wat te zwaar is om alleen te dragen. Dus als iemand me zou vragen wat ik het het meest kan gebruiken, zou ik zeggen: Ben er. Maak een beetje ruimte voor me.”

Leave a Reply