Het nut van een bevolkingsonderzoek

with Geen reacties

De overheid is in januari 2014 begonnen met een bevolkingsonderzoek naar darmkanker, een van de meest voorkomende vormen van kanker. Iedereen van 55 jaar en ouder krijgt hiervoor een uitnodiging, al mag je zelf beslissen of je meedoet. Er zijn ook mensen die er niet op ingaan, bang om slecht nieuws te krijgen of voor de risico’s van het vervolgonderzoek. De ervaringen van mijn vader hebben er echter voor gezorgd dat ik iedereen wil oproepen: Doe mee!

Mijn vader is 66 en een echte levensgenieter. Een Bourgondiƫr, die niet flauw doet over een glaasje wijn meer of minder en beweging inmiddels op een laag pitje heeft gezet. Maar hij geniet wel van het leven en had, tot voor kort, weinig zorgen.

Vorig jaar kwam ook bij mijn vader de brief binnen waarin hij werd uitgenodigd voor een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Het is geen uitnodiging waar je heel vrolijk van wordt, maar mijn vader besloot direct om eraan mee te doen. ‘Even kijken kan nooit kwaad’, zo was zijn mening.

Nadat hij zijn strookje ontlasting in april van dit jaar had ingeleverd (bij de brief zit een zelfafnametest), werd er bloed aangetroffen. Dat was niet eens iets waar hij van stond te kijken, want hij had al tijden last van een hardnekkige aambei en zag zelf ook af en toe wat bloed op zijn wc-papiertje. Maar het was voldoende om hem door te sturen naar het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein voor een uitgebreid darmonderzoek, een coloscopie.
We hebben daar samen met mijn vader positief naar toegeleefd; ‘Dat is vast die aambei joh’. Eigenlijk hebben we niet eens willen beseffen dat het ook maar iets anders kon zijn.

De dag dat hij de uitslag kreeg, waren we dan ook heel relaxed. Iedereen was gewoon z’n ding aan het doen, al hadden we wel afgesproken om even samen te komen als hij de uitslag had gehad. Ik zie zijn gezicht nog voor me toen we binnenkwamen…nee schuddend, de altijd aanwezige lach was van zijn gezicht verdwenen. ‘Foute boel’, was het enige wat hij zei. Na onze verschrikte reacties vertelde hij dat er een kwaadaardige tumor was gevonden in zijn dikke darm. Veel meer informatie dan dat had hij nog niet gekregen.

Diverse onderzoeken volgden, onder meer om te checken waar de tumor precies zat en of andere organen ook aangetast waren. Er kwam redelijk ‘goed’ nieuws uit. Het was namelijk een goed traceerbare tumor en de lever, nieren en longen waren schoon. Volgens de artsen was de tumor operatief te verwijderen en kon daarmee de kous af zijn. Blijdschap alom bij ons. Je bent namelijk toch even bang dat je te horen krijgt dat dat verrekte ding overal naar toe is gekropen en er niks meer aan te doen is. Het enige wat ze nog tegen waren gekomen was een verdikking op de blaas. Niet iets waar ze zich direct druk om maakten, maar wat ze voor de zekerheid nader wilden bekijken.

Weer twee weken later (dat wachten is killing) kwam de uitslag van dat blaasonderzoek. Ergens waren we ervan uitgegaan dat het gewoon een ontsteking was. Hooguit een poliep. Maar dat was niet het geval. Ook in de blaas zat een kwaadaardige tumor. Deze stond volkomen los van die in de darm en was zelfs nog agressiever. En zo was mijn vader binnen zes weken veranderd van een ‘gezonde’ levensgenieter in een zware kankerpatiĆ«nt.

Hij is uiteindelijk geopereerd; een heftige operatie, waarbij zowel zijn blaas en prostaat (omdat die dicht bij elkaar liggen) als een stuk van zijn dikke darm zijn verwijderd. Hij kreeg twee stoma’s: een urinestoma voor de rest van zijn leven, een darmstoma voor een half jaar. Na deze zware en volgens het ziekenhuis unieke operatie dachten we het wel gehad te hebben. Ondanks de twee zakjes die aan zijn buik hingen, wilde mijn vader verder. Kijken naar de toekomst. Naar het gedeelte zonder kanker. De artsen vertelden ons dat de operatie geslaagd was. Hij herstelde goed en was sneller dan verwacht thuis. Tijdens de operatie waren nog wel wat lymfeklieren weggehaald en op kweek gezet. Puur om te kijken of er nog uitzaaiingen zouden zitten. In 6 van de 24 klieren werd toch nog iets gevonden. Naar aanleiding daarvan werd besloten dat mijn vader nog chemo moest krijgen, als preventief middel. Inmiddels is hij bijna op de helft van de acht kuren (die 3 weken duren) die hij krijgt.

Het zijn van die dingen die je eigenlijk liever niet wilt doen: een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Het is confronterend en het lijkt bovendien onnodig als je geen klachten hebt. Ook mijn vader had nog lang niet bij de dokter aangeklopt; hij had nergens last van en er was niks wat hem belemmerde in zijn dagelijkse doen en laten. Maar zonder het onderzoek was hij, zo kunnen we toch wel stellen, misschien binnenkort niet meer bij ons geweest. Waarschijnlijk had de kanker dan de tijd en ruimte gekregen om zich door zijn lichaam te wringen en dan was het te laat geweest. Dan had ons een periode gerest van uitstel. Uitstel van executie. We hebben nu de hoop dat we er op tijd bij zijn. Er waren drastische ingrepen voor nodig, maar het ziet ernaar uit dat alles goed komt. Een paar maanden geleden werden we geconfronteerd met een harde waarheid. Een waarheid die nog steeds om ons heen hangt, maar die nu wel te verslaan lijkt. Zonder het bevolkingsonderzoek had de vlag er anders bij gehangen.

Leave a Reply